Terug naar Kennis
Blog

Verduurzaming wooncomplexen in de zorg

20 oktober 202610 min

Case study: een slim energieconcept voor bestaande utiliteitsbouw in de zorg

DVI vertaalt losse verduurzamingsmaatregelen naar één samenhangend energieconcept dat past bij jouw gebouw. We beoordelen je meerjarenonderhoudsplan (MJOP), kijken in jouw gebouw zelf en onderbouwen per maatregel of die zinvol is. Zo weet je waar je in investeert, wat het oplevert en in welke volgorde je het aanpakt.

Dat doen we op dit moment voor een zorgorganisatie voor ouderen. Haar vastgoed bestaat uit een intramuraal hoofdgebouw, waar bewoners 24 uur per dag zorg krijgen, en meerdere oudere wooncomplexen met honderden appartementen. Daar wonen ouderen zelfstandig, met zorg op afroep. In het MJOP stonden budgetten voor verduurzaming, waaronder de vervanging van gasketels door hogetemperatuurwarmtepompen. Toen we in het gebouw gingen kijken, bleek het verhaal ingewikkelder. In deze case study lees je welk energieconcept we uitwerkten, welke technische keuzes we maakten en waarom.

De opgave: verduurzamen met onderbouwing

Zorgorganisaties staan voor een flinke verduurzamingsopgave. Een deel van hun financiering en vergoedingen is gekoppeld aan aantoonbare verduurzaming. Wie die stappen niet zet, loopt het risico die bijdragen op termijn te verliezen. Verduurzamen is daarmee niet alleen een ambitie, maar ook een voorwaarde om financieel gezond te blijven.

De organisatie had in haar MJOP al maatregelen voor verduurzaming opgenomen. Een goede basis, die we samen verder hebben aangescherpt: welke maatregelen leveren het meeste op, en in welke volgorde pak je ze het slimst aan? Daarnaast spelen de randvoorwaarden van een bestaand gebouw. Kan het dak een warmtepomp dragen, als het daar nooit op is ontworpen? Past de nieuwe installatie binnen de elektra-aansluiting? Is er ruimte voor nieuwe leidingen? En bovenal: er wonen mensen. "Alles wat je doet, heeft impact op de mensen die erin wonen, en ook op het gebouw", zegt Roeland.

De case

closeup_C_leidingbochten[1].jpg

In het hoofdgebouw van het zorgcomplex draait een bodemenergiesysteem (WKO) met een warmtepomp. Die levert de basislast op lage temperatuur verwarming en hoge temperatuur koeling. Voor de hoge temperatuur verwarming, nodig voor ventilatie, verwarming en warm tapwater, springen gasketels bij. Alleen bleek de WKO niet goed te werken. Daardoor draaiden de gasketels veel vaker dan nodig. Dat was jarenlang niemand opgevallen.

Het verbruik werd alleen gemeten op de hoofdmeters voor gas en elektra, per kwartier. Daardoor zie je niet precies waar de energie naartoe gaat. “Op basis van gebruiksprofielen kun je wel inschatten waar het misgaat”, legt Roeland, Adviseur Installaties bij DVI, uit. “In dit geval zagen we veel meer gasverbruik voor verwarming dan je voor dit gebouw zou verwachten.” Wil je van het gas af, dan heb je dat inzicht nodig. “Anders weet je ook niet hoe groot de warmtepomp moet zijn. Het is zonde als je een warmtepomp van 200 kW inzet, als 100 kW voldoende is.”

Daarom hanteren we een vaste volgorde. Eerst zorgen we dat de installaties goed werken. Daarna maken we met bemetering inzichtelijk waar de energie blijft. Pas dan volgt een plan om de cv-ketels te vervangen door warmtepompen.

Het zorgcomplex telt meerdere wooncomplexen, waar elk appartement een eigen gasketel heeft. Voor het verduurzamen ligt daar de eerste stap niet bij de installatie, maar bij de gebouwschil. Kozijnen met oud dubbel glas isoleren slecht, en ventilatieroosters boven de ramen zorgen voor koudeval en tocht. In de praktijk zetten mensen zulke roosters in de winter vaak dicht, omdat ze last hebben van de kou. Daarna loopt de CO2 in de woning op.

Het energieconcept: eerst de schil, dan de installaties

Op basis van die bevindingen werkten we een energieconcept uit volgens de Trias Energetica. Eerst de energievraag omlaag, dan de installaties efficiënter en pas daarna duurzaam opwekken. Per gebouwdeel betekende dat iets anders.

Wooncomplexen: de gebouwschil als fundament

"Je kunt de gasketels eruit halen en een warmtepomp op het dak zetten", vertelt Roeland. "Maar dan doe je geen recht aan het gebouw zelf en de mensen die er wonen." Je vervangt dan alleen gas door stroom, terwijl het in de woning nog steeds tocht. We adviseerden daarom om eerst de schil aan te pakken. De gevel wordt gestript en krijgt nieuwe kozijnen met HR++-glas. De nieuwe kozijnen worden goed gedicht en het dak krijgt extra isolatie. Volgens Roeland kan een goed geïsoleerde gevel bij appartementen de warmtelast al met 30 tot 40% verlagen. Het betere glas vermindert ook de koudeval langs de ramen.

De ventilatieroosters maken plaats voor wandunits met CO2-gestuurde ventilatie. Stijgt de CO2, dan zijn er mensen en gaat de unit ventileren. Is er niemand, dan schakelt hij uit. De unit blaast langs de wand in, waardoor de tochtklachten afnemen. Dat bespaart energie en geeft een gezonder binnenklimaat. Voor de schilaanpak ondersteunen we de organisatie bovendien bij een subsidieaanvraag voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed.

De warmteopwekking hebben we bewust geparkeerd. Werkzaamheden aan verwarming en warm water zijn ingrijpend voor ouderen die er wonen. Bovendien komt er naar verwachting over een paar jaar een warmtenet in de buurt, en dan is een eigen opwekking overbodig. Tot die tijd blijven er opties open. Een hybride warmtepomp kan naast de ketel een deel van de warmte uit buitenlucht halen, terwijl de ketel het warm tapwater blijft leveren. Kiest de organisatie later voor centrale opwekking, dan maakt de ketel per woning plaats voor een afleverset. Dat hoeft in het appartement niet meer ruimte te kosten.

De schilaanpak helpt ook bij netcongestie. Een warmtepomp per appartement, bij honderden woningen, heeft een grote impact op de aansluiting. "En is er überhaupt ruimte op het net om aan te sluiten?", vraagt Roeland. “Door eerst de schil aan te pakken, verlaag je de vraag voordat je nieuwe opwekking toevoegt.”

Hoofdgebouw: eerst meten, dan elektrificeren

Het hoofdgebouw is relatief jong en goed geïsoleerd. Hier zit de winst in de installaties. De regeltechniek is inmiddels vervangen. De volgende stap is het herstel van de WKO-bron. Dat werk voert een BRL-gecertificeerde partij uit. DVI richt zich op de centrale opwekking. "Dat is vaak zo in bestaande bouw: je pakt een bepaald deel van de installatie aan", zegt Roeland.

Daarnaast komt er energiemetering per energiestroom: warm tapwater, ventilatie en verwarming apart. Zo zie je straks precies waar de energie heen gaat. Het gebouw voldoet grotendeels al aan klasse C, het minimum dat de GACS-verplichting voor gebouwautomatisering in bestaande bouw stelt. Energieregistratie was het belangrijkste ontbrekende onderdeel.

Met die meetdata kan de nieuwe opwekking straks op de werkelijke vraag worden afgestemd. Voor warm tapwater adviseerden we hogetemperatuurwarmtepompen, omdat alleen die de benodigde temperatuur halen. De luchtbehandelingskasten draaien nu nog op de gasketels. Daarom adviseerden we voor elke luchtbehandelingskast een eigen warmtepompsysteem. Daarmee kunnen de kasten centraal verwarmen én koelen. Dat kon voorheen niet.

Tot slot adviseerden we nieuwe ventilatoren. De bestaande exemplaren worden aangedreven via een V-snaar, en die overbrenging kost rendement. Direct aangedreven, energiezuinige ventilatoren hebben dat verlies niet. Omdat de kasten dag en nacht draaien, scheelt dat naar verwachting 20 tot 30% van hun energieverbruik. "Dat is laaghangend fruit", zegt Roeland. "Dat ga je gewoon merken."

luchtbehandelingskasten.jpg

Uitvoeren terwijl het gebouw in gebruik blijft

Bewoners uithuizen is geen optie, zeker niet bij honderden appartementen. Daarom nemen we de fasering al in het ontwerp en het bestek mee. Een kozijnvervanging per appartement betekent straks bijvoorbeeld één werkdag, waarna het team doorgaat naar het volgende.

Dat dit werkt, lieten we eerder zien bij een erfgoeddepot. Daar moest de klimaatinstallatie drie weken uit, terwijl de collectie een constante temperatuur en luchtvochtigheid nodig heeft. We plaatsten het werk in het najaar, als binnen- en buitenklimaat dicht bij elkaar liggen. Daarna knipten we het op: eerst de ventilator, die handmatig kon blijven draaien, en pas daarna de regelkast. Na anderhalve week draaide alles weer, met nauwelijks afwijkende temperatuur of vochtigheid in het depot.

Het verwachte resultaat

Het traject zit nog in de advies- en financieringsfase. De resultaten zijn daarom berekende verwachtingen:

  • 20 tot 30% minder CO2-uitstoot bij de wooncomplexen, alleen al door de schilaanpak
  • 27% minder CO2-uitstoot in het zorgdeel van het hoofdgebouw, na de overstap van ketels naar warmtepompen en verduurzaming van de ventilatie
  • Maximaal één energielabelsprong voor de wooncomplexen
  • Een onderbouwd MJOP met een helder stappenplan richting gasloos, inclusief subsidieaanvraag

Dat het hoofdgebouw niet 100% uitstootvrij wordt, heeft een reden: zolang de stroommix niet volledig groen is, stoot ook een all-electric gebouw indirect CO2 uit. Maar minstens zo waardevol is het inzicht. Straks weet de organisatie precies waar haar energie heen gaat. Zo kan ze bijsturen voordat er opnieuw jaren te veel gas wordt verbruikt.

Dezelfde werkwijze in andere gebouwen

De technische keuzes verschillen per gebouw, maar de werkwijze is steeds dezelfde: eerst kijken, dan rekenen. Bij een museum leverde warmteterugwinning op de ventilatie veel op. Tijdens de inventarisatie vonden we daar ook een groep radiatoren zonder regeling, die het hele jaar water van 80 °C kreeg. Bij het erfgoeddepot combineerden we warmteterugwinning met slimme sturing en een stappenplan voor de komende jaren. En bij verschillende andere projecten vervingen we ventilatoren door zuinige exemplaren. Dat soort kansen zie je alleen als je door het gebouw loopt: "Je moet daadwerkelijk in het pand gaan kijken als je een goed advies wilt geven", zegt Roeland.

Wat deze case laat zien

Een slim energieconcept voor jouw gebouw begint dus niet bij de techniek, maar bij het gebouw zelf en de mensen die erin wonen en werken. "De one-size-fits-all-oplossing bestaat niet", zegt Roeland. Breng je eerst de schil op orde en ken je je energiestromen, dan investeer je in een kleinere installatie die past op je aansluiting. En kijk je verder dan de eisen van vandaag, dan voer je de werkzaamheden één keer uit, in plaats van over vijf of tien jaar opnieuw.

Sta je voor de verduurzaming van jouw vastgoed? Wij kijken graag met je mee, in jouw gebouw zelf. Neem contact op met DVI.

Bouw de toekomst. DVI. 

Heeft dit je aan het denken gezet?

Onze experts denken graag met je mee over jouw vraagstuk.

Plan een gesprek
Deel dit artikel

Vond je dit artikel waardevol? Deel het met je netwerk.

Meer artikelen ontdekken?

Bekijk alle kennis